Kwartairgeoloog Down Under Henk Heijnis


Henk Heijnis‘Ik help archeologen uit te vissen wanneer de eerste Australiërs kwamen’

Januari 2015 – Een jongen raakte geïnteresseerd in stenen. Hij werd onderzoeker in Australië, haalde Nature en helpt vele wetenschappers vooruit met zijn ontdekkingen. En dat terwijl Henk Heijnis het als jongvolwassene een enorme stap vond om van Weesp naar Heerhugowaard te verhuizen, vertelt hij via Skype.

Henk haalde zijn 1984 zijn kandidaats Fysische Geografie en en in 1988 zijn doctoraal Kwartairgeologie en Laaglandgenese aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Na zijn promotie aan de Rijksuniversiteit Groningen emigreerde hij naar Australië waar hij ging werken bij de Nucleaire Onderzoeks Organisatie in Sydney (ANSTO). Hier leidt hij onderzoek naar menselijke invloed op ecosystemen en klimaatverandering. Hij werkte er nog niet lang toen hij Nature haalde met baanbrekend onderzoek:

“Het gat in de ozonlaag was toen erg actueel. Iedereen dacht dat de ongefilterde UV-B-straling die door dat gat kwam, schadelijk was voor de kustdiatomeeën in Antarctica. Die eencellige wiertjes zijn de basis van de voedselketen daar, dus de angst was dat die helemaal zou instorten. ANSTO onderzocht samen met de Universiteit van Tasmanië in bodemmonsters uit Antarctische fjorden de resten van diatomeeën tot ruim 200 jaar geleden van jaar tot jaar, ik hielp mee met mijn isotopenonderzoek. We ontdekten dat de samenstelling ervan veel meer door het weer wordt beïnvloed dan door UV-B-straling. Een grote opluchting dus, we haalden er ook de Nederlandse wetenschapsbijlagen mee.”

In 2011 werd Heijnis benoemd tot bijzonder hoogleraar aan de Australian National University in Canberra.

Lees het interview met Henk Heijnis