Veerle Vrindts (1987) & Pablo Moleman (1988) studeerden tegelijkertijd aan de VU. Nu zijn ze beide werkzaam bij ProVeg.

Veerle Vrindts en pablo Moleman - fotoWat studeerden jullie?
Veerle: ‘Eerst in Maastricht, een bachelor in Cultuurwetenschappen en een Psychologie bachelor. Daarna de VU, en daar heb ik een master in Culturele & Sociale Antropologie gedaan en de master Sociale Psychologie.’ Pablo: ‘Ik heb een bachelor Biologie en de master Enviromental Resource Managment gedaan aan de VU.’

En toen zijn jullie een vegan festival begonnen?
Pablo: ‘En in de VU nog wel! Veerle: ‘Ik had voor m’n master een model ontwikkeld voor een activiteit om gezondheidspromotie te doen. Dat was eigenlijk het opstapje naar een festival voor jongeren waar plantaardig eten in centraal staat. Toen kwam Pablo erbij en hebben we een team van vrijwilligers bij elkaar gebracht en financiering gezocht. Een paar maanden later was in het gebouw van de VU het eerste Viva Las Vega’s food festival.’

Bestaat het nog steeds?
‘Ja, maar onder de naam VeggieWorld. Met onze stichting kwamen we tot de conclusie dat het probleem van de vleesindustrie verder gaat dan de Nederlandse grens. Met ProVeg International zetten we ons met 6 landen in voor een wereld waarin iedereen kan kiezen voor lekker en gezond eten dat beter is voor mensen, dieren en het milieu. Dat doen we met inspirerende campagnes, evenementen en als consultant voor het bedrijfsleven.’

Wat willen jullie bereiken?
‘Een halvering van de wereldwijde vleesconsumptie in 2040. We hebben ook de ambitie om, met name in niet-westerse landen, steun te geven aan actiegroepen. Want hier is de vleesconsumptie een beetje af aan het vlakken, terwijl de verwachting is dat in landen als China en India juist de vraag naar vlees gaat toenemen. Als je dan kijkt wat dat doet met de klimaatdoelen voor 2050, dan kom je genadeloos in de knel.’

Is er nog een raakvlak tussen jullie werk en jullie studie?
Pablo: ‘Vooral Milieuwetenschappen, we meten van alle projecten die we doen hoeveel CO2 we daarmee besparen. Dat is vaak een eye-opener: veel bedrijven denken duurzaam bezig te zijn terwijl dat niet het geval is. Je ziet bijvoorbeeld dat ze een ‘meat-free-monday’ invoeren en alle broodjes ham met kaas vervangen. Maar als ik het dan voor ze uitreken dan hebben ze vaak netto meer CO2 uitgestoten omdat kaas een heel CO2 intensief product is. Dat idee van net iets dieper graven, checken of wat je doet ook klopt, dat is wel iets wat ik vanuit mijn wetenschappelijke vorming op de VU heb meegenomen.’