Afbraakroutes van strooisel tot CO2 helpen bij voorspellen van broeikasgasconcentraties

Ecoloog Hans Cornelissen publiceerde samen met internationale collega’s een review in de Tansley Review Series van New Phytologist. Ze toonden aan dat interacties tussen de twee belangrijkste afbraakroutes van dood plantenmateriaal (strooisel), en wel verrotting en verbranding, bepalend zijn voor de hoeveelheid CO2 dat in de atmosfeer komt.

05-10-2017 | 11:05

CO2 is een van de broeikasgassen die gezamenlijk bijdragen aan het mondiale klimaat. De auteurs constateren dat de karakteristieken van de meest voorkomende plantensoorten in verschillende ecosystemen een belangrijke rol spelen in de interactie tussen verrotting en verbranding van de strooisellaag op de bodem. Cornelissen legt dit uit: “Dennen en sparren verliezen allebei dode naalden die taai zijn en vol zitten met lignine en harsen, waardoor ze veel langzamer wegrotten dan bijvoorbeeld berkenblad of populierblad. Hierdoor hoopt het naaldenstrooisel zich op, wat weer als brandstof voor vuur kan dienen onder droge omstandigheden. Of het werkelijk zal gaan branden hangt af van de grootte en vorm van de strooiseldeeltjes, en van de verdeling.” “Dennennaalden zijn vrij lang en zitten in bosjes van twee of drie bij elkaar, waardoor een losse strooisellaag ontstaat,” vervolgt Cornelissen. “Door de losse structuur kan er genoeg zuurstof tussen de naalden komen om een vuur te laten ontstaan dat zich kan verspreiden. Sparrennaalden zijn kleiner en vallen een voor een van de boom, zodat zich een compacte laag op de bodem vormt. Hier kan geen zuurstof tussen komen en zal ook niet makkelijk brand in ontstaan.”

Het internationale onderzoeksteam bepleit in het review paper in de New Phytologist, een vooraanstaand plantkundig wetenschappelijke tijdschrift, het meten van dergelijke strooisel kenmerken van verschillende boomsoorten om zo meer inzicht te krijgen in zowel verrotting als brand in verschillende ecosystemen met verschillende plantensamenstellingen. Deze gegevens zijn ook van belang voor het voorspellen van de hoeveelheid koolstof dat in de vorm van CO2 weer in de atmosfeer terecht zal komen uit dood plantenmateriaal. Bij toekomstige ecosystemen, met andere klimaatomstandigheden en andere plantensoorten.

Fig. 2