El Niño en La Niña perioden verklaren bosbranden en neerslag

Het grootschalige weerfenomeen El Niño zorgt voor veranderingen in neerslag wereldwijd, en beïnvloedt daarmee het voorkomen van bosbranden.

28-11-2017 | 10:39

Een groep onderzoekers onder wie Guido van der Werf van de Vrije Universiteit laat in Nature Climate Change zien dat dit volgens een vast patroon gaat. Het onderzoek werd gedaan op basis van satellietgegevens sinds 1997 waarmee 6 El Niño en 6 La Niña episodes met elkaar vergeleken konden worden.

Warmere oceaan
El Niño is de benaming van de opwarming van de oceaan langs de evenaar gedurende de wintermaanden. Dit veroorzaakt opwarming van de tropische gebieden, wat weer tot droogte in Zuid-Afrika, het noordelijk deel van Zuid-Amerika en Oost-Australië kan leiden. “Als de El Niño nog aan kracht aan het winnen is leiden droge condities in met name Indonesië tot meer branden in de ontbossingsgebieden daar in onze herfst, waar ook nog veel veen afbrandt,” zegt Van der Werf. “Dan volgt Zuidoost Azië, Centraal Amerika, en Zuid Amerika brandt in het algemeen een jaar later heftiger dan normaal. In totaal is de uitstoot van deze branden meer dan dubbel zo hoog als tijdens een La Niña jaar, als er gemiddeld gezien meer neerslag valt in de tropen.”

Koudere oceaan
La Niña is de tegenhanger van El Niño en veroorzaakt juist kouder oceaanwater langs de evenaar. Dit heeft bijvoorbeeld tot ernstige overstromingen in Australië en de Filipijnen geleid, begin 2011. Ook de toename van tropische cyclonen in Australië in ditzelfde jaar hing met La Niña samen.
Van der Werf: “Tijdens een La Niña jaar branden savannegebieden in o.a. Australië juist weer heftiger omdat verhoogde neerslag tot meer biomassa in de graslanden zorgt.”

Dit consistente patroon helpt bij het verklaren van de hogere CO2 groeisnelheid tijdens El Niño periodes en kan ook nuttig zijn bij het voorspellen van branden in de tropen."