‘Goedkeuring glyfosaat moet anders’

In de risicobeoordeling van bestrijdingsmiddelen moet ook de sociaal-economische component meegenomen worden. Dit bepleiten hoogleraren Nico van Straalen (VU) en Juliette Legler (UU) vandaag in een opiniestuk in Science.

01-06-2018 | 10:23

Nico van Straalen is emeritus hoogleraar Ecologische Wetenschappen aan de VU en Juliette Legler is hoogleraar aan het Institute for Risk Assessment Sciences en het Utrecht Institute for Pharmaceutical Sciences (UU). Aanleiding voor hun opiniestuk is het besluit van de Europese Commissie, op 12 december 2017, om toestemming te geven om de toelating van glyfosaat te verlengen. Glyfosaat is qua volume op dit moment wereldwijd het meest gebruikte bestrijdingsmiddel in de landbouw, maar het is ook het meest bediscussieerde middel.

Storm van protest
Glyfosaat is de werkzame stof in onkruidverdelgingsmiddelen zoals Roundup. De beslissing van de EU vond plaats in een storm van protest en ongenoegen, stellen Van Straalen en Legler. Nota bene had een burgerinitiatief uit 22 EU-landen meer dan 1 miljoen handtekeningen verzameld tegen het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de landbouw en voor een verbod op glyfosaat.

De schaal van het protest is volgens de hoogleraren indicatief voor de groeiende maatschappelijke afkeer van een landbouwsysteem dat afhankelijk is van multinationals en de grootschalige inzet van. De Europese Commissie vond echter dat er noch wetenschappelijke, noch juridische gronden waren voor een verbod en kondigde een verlenging af met vijf jaar.

Meningen verdeeld
Dit moet voortaan anders, betogen Van Straalen en Legler in Science. Maar de wetenschappelijke wereld is verdeeld en worstelt met procedures die niet internationaal zijn afgestemd waardoor verschillende instanties tot verschillende conclusies komen. Bijna alle adviesorganen in Europa en de VS zijn van mening dat er aan het gebruik van herbiciden met glyfosaat geen risico’s kleven voor de menselijke gezondheid en het milieu. Eén instituut had echter een ander oordeel en kwalificeerde glyfosaat als “waarschijnlijk carcinogeen”. Verschillende onderzoeksgroepen wijzen op de leemtes in kennis als het gaat om uitspoeling naar het grondwater en de effecten op bodem- en waterorganismen.

Van Straalen en Legler pleiten ervoor dat bij de risicobeoordeling van bestrijdingsmiddelen niet alleen technische gegevens over giftigheid en milieueffecten bekeken worden, maar dat ook – en zeker als er twijfel is over de technische gegevens zoals in het geval van glyfosaat – een beoordeling plaatsvindt van de economische en maatschappelijke voors en tegens.

In het Europese REACH-programma voor de toelating van chemicaliën wordt zo’n sociaal-economische afweging al gemaakt. Het wordt tijd dat ook bij beslissingen over bestrijdingsmiddelen de maatschappelijke context waarin zulke beslissingen genomen worden, een rol gaat spelen, aldus de hoogleraren. Wellicht dat over vijf jaar, bij de volgende beoordelingsronde van glyfosaat, dan een ander besluit wordt genomen.