Heeft lichaamslengte een effect op succes?

Veel menselijke eigenschappen zijn gecorreleerd. De vraag bij dit soort correlaties is of er sprake is van een oorzakelijk verband. VU-wetenschappers kunnen deze vraag nu beter beantwoorden.

24-04-2018 | 17:05

Hoogleraar Genoeconomics Philipp Koellinger en zijn promovendus Casper Burik publiceren deze week een nieuwe onderzoeksmethode in PNAS. Ze schreven hun artikel samen met de bekende Amerikaanse socioloog Thomas DiPrete (Columbia University).

De nieuwe onderzoeksmethode van Burik, Koellinger en DiPrete stelt onderzoekers in staat een beter beeld te krijgen van oorzakelijke verbanden in de sociale en medische wetenschappen. Deze methode maakt daarbij gebruik van genetische data. “De genetische datasets bestaan al, de methode hoeft dus alleen op zulke data toegepast te worden. We vermoeden dat sociologen, psychologen en economen maar bijvoorbeeld ook epidemiologen staan te springen om deze nieuwe methode te benutten”, aldus hoogleraar Koellinger, die de studie leidde.

Beter inzicht in oorzakelijke verbanden
Het voorbeeld dat Burik, Koellinger en DiPrete gebruiken om het nut van hun nieuwe methode te illustreren is de correlatie tussen lichaamslengte en opleidingsniveau. Langere mensen hebben gemiddeld genomen een hoger opleidingsniveau dan kortere mensen. Deze observatie is onderdeel van een breder patroon: uit tal van datasets blijkt dat langere mensen over het algemeen ‘succesvoller’ zijn. Zo heeft deze groep gemiddeld genomen vaak ook een hoger inkomen en meer kans een partner te vinden.

Een correlatie hoeft echter niet te betekenen dat er ook sprake is van een oorzakelijk verband. Zo kan, in een gezin dat in grote armoede leeft, ondervoeding leiden tot een beperkte lichaamsgroei van de kinderen (en dus een kleinere lichaamslengte als volwassene) alsmede beperkte toegang tot onderwijs (en dus een lager opleidingsniveau), zonder dat lichaamslengte zelf een effect op opleidingsniveau hoeft te hebben. In de context van dit voorbeeld tracht deze nieuwe methode van Koellinger en collega’s daarom de volgende vraag te beantwoorden: is er een oorzakelijk verband tussen lichaamslengte en doorstuderen?

Lichaamslengte lijkt succes te beïnvloeden
Om deze vraag te beantwoorden maakt de methode gebruik van genetische data. Burik, Koellinger en DiPrete schatten met behulp van hun methode dat een toename in lichaamslengte van 2,5 cm gemiddeld leidt tot circa één maand extra scholing. Daarmee bieden hun resultaten een aanwijzing dat een deel van de correlatie tussen lichaamslengte en succes het gevolg is van een echt effect van lichaamslengte op uitkomsten zoals opleidingsniveau.

Natuurlijk heeft dit resultaat ook een bijsluiter: zoals veel methodes in de sociale wetenschappen, is de geldigheid van de resultaten afhankelijk van een aantal aannames. Hierbij valt op te merken dat de aannames van deze nieuwe methode minder sterk zijn dan de aannames die ten grondslag liggen aan vergelijkbare, bestaande methodes. Het definitieve antwoord op de vraag laat dus nog even op zich wachten. Wel zijn wetenschappers met dit onderzoek weer een stapje dichter bij het ontrafelen van oorzakelijke verbanden tussen complexe uitkomsten gekomen.