Betalingen voor natuurdiensten kunnen kosteneffectiever

Een internationaal team van wetenschappers, onder wie Roy Brouwer van het IVM, bekeek het relatief nieuwe beleidsinstrument betalingen voor natuurdiensten wereldwijd en concludeert in Nature Sustainability dat het beoogde effect op natuur te wensen over laat.

13-03-2018 | 14:59

Een internationaal team van wetenschappers bekeek het relatief nieuwe beleidsinstrument betalingen voor natuurdiensten (Payments for Environmental Services of PES in Engels) wereldwijd en concludeert dat het beoogde effect op natuur, waaronder biodiversiteit, te wensen over laat. Het team stelt striktere naleving van contractuele afspraken omtrent het behalen van gekwantificeerde doelen voor. Worden de doelen niet gehaald dan zouden boetes moeten worden ingesteld, stelt men verder voor, maar dit soort nalevingsmaatregelen liggen politiek vaak gevoelig.
 
Twintig jaar ervaring
Betalingen voor natuurdoelen bestaan al ruim 20 jaar en zijn onder andere in het leven geroepen om via subsidies boeren en landeigenaren te stimuleren hun land zo te beheren dat het geschikt blijft om natuurdiensten te blijven leveren, zoals oppervlakte- en grondwater van voldoende kwaliteit en behoud van biodiversiteit. Tijd om de effectiviteit van dit instrument eens grondig te evalueren, vonden wetenschappers onder leiding van het Center for International Forestry Research (CIFOR) en Canada’s University of Waterloo. Hiertoe werden onder anderen workshops georganiseerd in Amsterdam aan de Vrije Universiteit.

Uit hun onderzoek, gepubliceerd in Nature Sustainablity, blijkt dat het beleidsinstrument PES minder effectief werkt dan zou kunnen als het onvoldoende is uitgewerkt en te kort door de bocht wordt uitgevoerd. Hierdoor worden soms niet de juiste prikkels ingezet voor gedragsverandering en is de impact op het gebied van milieu en natuur kleiner dan zou kunnen.

Boetes
De onderzoekers zagen dat tekortkomingen vaak samenhangen met de vrees bij PES handhavers om boetes en straffen op te leggen als de afgesproken natuurdoelen niet gehaald worden.

“Natuurlijk variëren de PES programma’s die we bekeken in ontwerp en uitvoering, vanwege de verschillen in context, prioriteiten en doelen,” zegt Sven Wunder, econoom bij CIFOR. “Maar ook als we erkennen dat er altijd variaties in strategieën zullen bestaan, zien we dat PES ontwerpers vaak onlogische ‘shortcuts’ nemen, en de omstandigheden waarin deze worden ingezet te eenvoudig worden benaderd. Dit leidt tot fouten in de uitvoering, met negatieve gevolgen voor de beoogde impact van de maatregelen.”

“Het is niet slechts een geval van problemen met complexe biofysische monitoring van milieu-effecten, specifiek de diensten die PES beogen te leveren, zoals vaak is gesteld in eerdere studies en publicaties,” zegt co-auteur Roy Brouwer, directeur van het Water Institute aan de University of Waterloo, en adjunct professor aan de Vrije Universiteit Amsterdam. “Volgens ons zijn ruimtelijk gedifferentieerde financiële aansporingen, aandacht voor transactiekosten en transparante handhaving cruciale componenten van een kosteneffectief PES-ontwerp en uitvoering”.

Voor het onderzoek werden wereldwijd gegevens van 70 PES projecten, uitgevoerd in de afgelopen 20 jaar, verzameld en geanalyseerd. Ontwerp- en implementatiekenmerken werden gecodeerd in databases ingevoerd samen met veldobservaties van de onderzoekers. De onderzochte PES programma’s leverden natuurdiensten zoals voedsel, waterkwantiteit en -kwaliteit, koolstofvastlegging en biodiversiteit in Noord- en Zuid Amerika, Australië, Afrika, Azië en Europa.