Poep van pinguïns zorgt voor verrijking van fauna op Antarctica

Onderzoekers van de VU hebben ontdekt dat op Antarctica stikstofrijke poep van kolonies pinguïns en zeeolifanten de bodem zo goed verrijkt dat het bijdraagt aan het creëren van biodiversiteit. De invloed van deze uitwerpselen, de footprint, kan zich meer dan een kilometer buiten de kolonie uitstrekken. En de voetafdruk wordt groter naarmate er meer pinguïns zijn. Het onderzoek, onder leiding van systeemecoloog Stef Bokhorst (afdeling Ecologische Wetenschappen), is vandaag gepubliceerd in het tijdschrift Current Biology.

09-05-2019 | 15:03

Biodiversiteit staat onder druk van menselijke activiteiten en klimaatverandering. Om veranderingen in diversiteit te kunnen meten is het van belang om te weten hoe de huidige stand van zaken is. Dit is in veel gevallen lastig te meten en helemaal op het onherbergzame Antarctica. Hier zijn veel plekken niet toegankelijk voor onderzoek en de vegetatie op land ligt langdurig onder een laag sneeuw waardoor het niet mogelijk is om deze via satellieten te kwantificeren.

Rol van nutriënten
De onderzoeksgroep van Bokhorst trotseerde het onherbergzame gebied van de Antarctische Peninsula en manoeuvreerden door gebieden met groepen schreeuwende zeeolifanten en pinguïns en dierlijke afval om de gronden, korstmossen en mossen rond deze koloniën te onderzoeken. Bokhorst: “Antarctica is het koudste en droogste continent op aarde waardoor de beschikbaarheid van water en de temperatuur een grote rol spelen op de verspreiding van soorten. Pinguïns en zeeolifanten kunnen lokaal grote hoeveelheden stikstof vanuit de zee het land op brengen. De rol van nutriënten voor organismen op land in Antarctica heeft tot nu toe weinig aandacht gehad.

Bloeiende vegetatie
Wat de onderzoekers ontdekten is dat de poep geproduceerd door zeeolifanten en pinguïns gedeeltelijk verdampt als ammoniak. De ammoniak wordt door de wind het binnenland ingeblazen. Vervolgens wordt dit als ammonium door de vegetatie opgenomen en blijkt dit een gebied te verrijken tot 240 keer de grootte van de kolonie. Bokhorst: “Het resultaat van deze verrijking is een bloeiende vegetatie van mossen en korstmossen, die op hun beurt de ontwikkeling van een opvallend aantal kleine ongewervelde dieren ondersteunt, zoals springstaarten, mijten en nematoden. Ter vergelijking: je kunt hier miljoenen van deze kleine beestjes vinden per vierkante meter vinden, terwijl je er in graslanden in de Verenigde Staten of Europa er slechts vijftigduizend tot honderdduizend per vierkante meter aantreft.”

Biodiversiteitskaart van Antarctica
Mede door de aangetoonde correlatie van pinguïn- en zeeolifantenfootprints en biodiversiteit, en omdat pinguïnkolonies goed te kwantificeren zijn met behulp van satellieten of metingen vanaf een schip, is het nu mogelijk om een biodiversiteitskaart van het gehele Antarctische schiereiland te maken en mogelijke veranderingen te monitoren.

Lees hier het artikel in Current Biology.