Voeding en depressieve symptomen: onderling verbonden?

Onderzoek onder Nederlandse en Italiaanse ouderen laat geen verband zien tussen bloedwaarden van vitamine B12 en D en depressieve symptomen. Wel zag voedingswetenschapper Liset Elstgeest een relatie tussen een gezond voedingspatroon en depressieve symptomen, zij het niet heel sterk.

24-06-2019 | 8:28

Voor haar proefschrift maakte Elstgeest gebruik van gegevens uit twee langlopende studies onder ouderen: de Nederlandse Longitudinal Aging Study Amsterdam (LASA) en de Italiaanse Invecchiare in Chianti (InCHIANTI) studie. Zij promoveert op 4 juli 2019.

Eerder onderzoek liet zien dat mensen met een depressie vaker lage concentraties van bepaalde voedingsstoffen of vitaminen in hun bloed hadden en dat mensen die gezond aten minder vaak depressieve symptomen vertoonden. Daarom onderzocht Elstgeest of vitamine B12, vitamine D, bepaalde voedingsgroepen (zoals vis, fruit en groente) en het gehele voedingspatroon van ouderen samenhangen met het ontwikkelen van depressieve symptomen. En andersom: gaan mensen met een depressieve stemming anders eten?

Vis en zoetigheden
Elstgeest vond dat vitamine B12 bloedwaarden gemeten in 1995 niet gerelateerd waren aan depressieve symptomen bij Nederlandse 65-plussers gedurende 16 jaar. Hogere vitamine D waarden leken wel samen te hangen met minder depressieve symptomen, maar alleen bij oudere vrouwen en bij deelnemers die op de eerste meting een lage vitamine D waarde hadden. De relatie was dus niet overtuigend.

Elstgeest heeft verder bij ruim duizend Italiaanse ouderen gekeken of de consumptie van dertien voedingsgroepen samenhangt met depressieve symptomen over een periode van 9 jaar. Zij vond een verband voor het eten van vis (beschermend tegen depressieve symptomen) en zoetigheden (risicoverhogend). Andersom vond zij een verband tussen meer depressieve symptomen eneen verminderde consumptie van groente en vlees, en een verhoogde consumptie van zuivel en hartige snacks. Bij Nederlandse ouderen uit de LASA-studie hingen depressieve symptomen, en een voorgeschiedenis hiervan, samen met een ongezonder voedingspatroon, voornamelijk bij mannen.

Weinig bewijs
Op basis van dit proefschrift en andere literatuur kan er gezegd worden dat bloedwaarden van vitamine B12 en vitamine D niet samenhangen met depressieve symptomen. Er is meer bewijs gevonden voor een verband tussen zowel de consumptie van bepaalde voedingsgroepen als het gehele voedingspatroon en depressieve symptomen. Voor de omgekeerde relatie – dat depressieve symptomen leiden tot een ongezonder voedingspatroon – is nog slechts weinig bewijs. Vanwege de opzet van de studies (observationeel) is het niet mogelijk om een sterke conclusie te trekken over oorzaak en gevolg. Daarvoor zijn meer interventiestudies in de toekomst nodig.

Elstgeest: ‘Op basis van de bevindingen in mijn proefschrift zou ik niet adviseren om vitamine B12 of D-supplementen te slikken om depressieve symptomen te verminderen of te voorkomen. Maar een gezond voedingspatroon volgens de voedingsrichtlijnen is aan te bevelen, vanwege de positieve effecten op de lichamelijke gezondheid én mogelijk ook op de geestelijke gezondheid.’

Het promotieonderzoek van Liset Elstgeest is onderdeel van het internationale MoodFOOD-project, dat de relatie tussenvoeding en depressieve symptomen onderzocht (www.moodfood-vu.eu).

Kijk ook op de website van LASA en InCHIANTI.