Miljoenen voor ontwikkeling testmethodes voor hormoonverstoorders

De afdeling Environment & Health van de VU ontvangt ruim 3,1 miljoen euro voor drie verschillende onderzoeksprojecten, gericht op het ontwikkelen van testmethodes voor hormoonverstorende stoffen. Deze methodes bestaan nog niet, maar zijn hard nodig.

14-01-2019 | 15:13

Hoogleraar toxicologie Majorie van Duursen: “Hormoonverstoorders zitten in allerlei producten die wij dagelijks gebruiken zoals plastic, luchtverfrissers en cosmetica. Er bestaan nu echter geen goede methodes om chemische stoffen te testen op hormoonverstorende eigenschappen, terwijl er in de wetgeving wel is vastgelegd dat dit moet gebeuren.”

Nieuwe testmethodes kunnen bijdragen aan een betere bescherming van mens én milieu. Bij mensen hebben hormoonverstoorders effect op bijvoorbeeld vruchtbaarheid en hersenontwikkeling. Ook dieren hebben last van hormoonverstoorders in het milieu, waardoor bijvoorbeeld vissen vervrouwelijken.

Van het geld kan de afdeling Environment & Health vier promovendi en één analist aanstellen, voor de drie projecten. Verder werken diverse onderzoekers en analisten van de afdeling aan de projecten:

FREIA
Van Duursen richt zich met haar project FREIA op vrouwelijke vruchtbaarheid. Van Duursen is coördinator van het FREIA-project, wat in totaal 6,1 miljoen euro Europese subsidie ontvangt. De VU krijgt 1,5 miljoen hiervan. Het consortium onderzoekt de mechanismen waardoor hormoonverstoorders de vrouwelijke vruchtbaarheid tijdens specifieke levensfasen kunnen beïnvloeden: “Er is verbazingwekkend weinig hierover bekend. Wij gaan kijken hoe blootstelling tijdens hormoongevoelige fasen in het leven van een vrouw, met name tijdens de foetale ontwikkeling, de puberteit en op volwassen leeftijd, kan leiden tot onvruchtbaarheid.”

Het hoofddoel van FREIA is het bieden van specifieke, mensrelevante testmethoden om hormoonverstoorders te identificeren die vrouwelijke voortplantingstoxiciteit veroorzaken. Het onderzoek bij de VU richt zich op de aanmaak van hormonen in de eierstokken. Nederlandse partner in dit project is de Universiteit Utrecht.

ENDpoiNTs
Hoogleraar milieuchemie Pim Leonards krijgt bijna 9,3 ton voor het onderzoek ENDpoiNTs. Het ENDpoiNTs-consortium ontwikkelt een nieuwe teststrategie om effecten van hormoonverstoorders op neuro-ontwikkeling te onderzoeken. Dit is één van de minder bestudeerde effecten van hormoonontregeling.

Het project zal kennis van de manier waarop hormoonverstoorders hun negatieve effecten op de neurologische ontwikkeling uitoefenen aanzienlijk vergroten: “Wij gaan in het bijzonder kijken naar de moleculaire mechanismen van hormoonverstoorders en het verband met neurologisch ontwikkelingen in de hersenen, daar is weinig over bekend”. ENDpoiNTs, gecoördineerd door het Zweedse Karolinska Institutet met VU als co-coördinator, ontvangt 6,9 miljoen subsidie van de EU. Nederlandse partner in dit project is de Universiteit Utrecht.

ATHENA
Universitair hoofddocent Timo Hamers krijgt bijna 700.000 euro voor het project ATHENA, dat zich richt op schildklierhormonen. Deze hormonen spelen een sleutelrol bij gezonde prenatale hersenontwikkeling. De zorgen over chemicaliën die de schildklier verstoren, zijn gericht op een aangetaste hersenontwikkeling in het foetale leven en hun mogelijk onomkeerbare gevolgen op latere leeftijd.

Binnen het ATHENA-project, gecoördineerd door Brunel University in Londen, ontwikkelt de VU samen met de Nederlandse partner Erasmus MC in Rotterdam nieuwe testmethoden voor chemicaliën die aangrijpen op de afgifte van schildklierhormonen aan het brein van de foetus. Het onderzoek richt zich met name op verstoring van de transport van het schildklierhormoon over fysiologische barrières zoals de placenta, de bloed-hersenbarrière en de bloed-hersenvochtbarrière. Het project krijgt in totaal 6,56 miljoen euro van de EU.

50 miljoen
In totaal steekt de EU 50 miljoen euro in acht verschillende onderzoeksprojecten. Alle onderzoeksprojecten zijn op 1 januari 2019 gestart en hebben een looptijd van vijf jaar, dus tot eind 2023. Het uiteindelijke doel van de acht projecten is om de basis te leggen voor goede uitvoering van de wetgeving, door hormoonverstoorders en mogelijke risico’s beter in kaart te kunnen brengen en zo de gezondheid van mens en dier te beschermen.