Instorten van ‘het dak van de wereld’ verklaard

Nieuw baanbrekend onderzoek naar de Himalaya en het Tibetaanse Plateau, onder leiding van VU-hoogleraar Wouter Schellart (Aardwetenschappen), biedt een verklaring voor het mysterie van het instorten van het zogenaamde ‘dak van de wereld’.

02-10-2019 | 11:11

De allerhoogste bergen op aarde bevinden zich in de Himalaya en in Tibet. De Tibetaanse hoogvlakte, ook wel het dak van de wereld genoemd, is uitzonderlijk, omdat het met een hoogte van zo'n 5 km hoger ligt dan de meeste bergtoppen op aarde, waaronder die van de Alpen. Tibet is niet alleen uitzonderlijk hoog, het is tevens enorm uitgestrekt. Met een oppervlak van meer dan 2 miljoen vierkante kilometer is het zo'n 25 keer groter dan Nederland.

Te hoog om nog stabiel te zijn?
Geologen weten dat de Himalaya en Tibet het resultaat zijn van de continentale botsing van India met Azië, welke 50 tot 60 miljoen jaar geleden begon en nu nog steeds gaande is. Deze botsing heeft ervoor gezorgd dat de Aziatische korst gebroken en geplooid is geraakt, en daarbij dikker is geworden, waardoor de bergen en het plateau omhoog zijn gekomen.

Nu zijn er echter tal van observaties die aangeven dat, terwijl de Himalaya en Tibet in een noord-zuid richting worden samengeperst en verkort, de hoogvlakte aan het instorten is en zich in een oostwaartse richting verplaatst, als het ware uitvloeit. Een eerdere verklaring hiervoor was dat het gebergte simpelweg te hoog was om nog stabiel te zijn. Dit verklaart echter niet waarom het gebergte dan niet ook naar het westen instort.

Oorzaak duizenden kilometers oostwaarts
Het nieuwe onderzoek van een team van Nederlandse, Chinese, Franse en Portugese wetenschappers, 2 oktober gepubliceerd in Nature Communications, laat nu zien dat de oorsprong van dit instorten duizenden kilometers oostwaarts moet worden gezocht. Aan de oostkust en zuidoostkust van Azië bevinden zich namelijk enorme subductiezones, grenzen van tektonische platen waarbij één plaat (de subducerende plaat) onder een andere de aardse diepte (de mantel) in duikt.

Geodynamische laboratoriumexperimenten laten zien dat de subducerende Pacifische en Australische platen de aanliggende Aziatische plaat naar zich toe trekken door aan de onderkant en aan de buitenrand te sleuren. Hierdoor wordt Oost-Azië heel langzaam, met millimeters tot centimeters per jaar, naar het oosten en zuiden getrokken, intern opgebroken en uit elkaar gescheurd. De meest westelijke uitingen van dit opbreken bevinden zich in Tibet, waar het instorten en uitrekken wordt gekarakteriseerd door noord-zuid lopende breuken die langgerekte dalen flankeren, en in Siberië, waar het diepste meer op aarde, het Baikal-meer, is gevormd als een soort scheur, waardoor het opbreken van de Aziatische plaat in gang is gezet.

experiment_tibet-asia_deformation
Topografie van een geodynamisch experiment dat de India-Azië botsing laat zien, alsmede de formatie van het Tibet-Himalaya gebergte ten noorden (rechts) van India (in het geel-bruin), en het opbreken, scheuren (tear) en uitrekken van Oost Azië en Tibet als gevolg van subductie langs de oost en zuidoost grenzen van Azië.