Europese uitstoot van broeikasgassen door landgebruik voor het eerst geanalyseerd

Een team van internationale onderzoekers, onder leiding van hoogleraar aardwetenschappen Han Dolman van de Vrije Universiteit Amsterdam, heeft een vergelijkende analyse uitgevoerd van de uitstoot van de drie belangrijkste broeikasgassen – koolstofdioxide, methaan en lachgas - als gevolg van land- bos- en akkerbouw in Europa.

01-05-2020 | 14:00

Met deze analyse, die de wetenschappers vanaf nu jaarlijks gaan uitvoeren, wordt het klimaatakkoord van Parijs gemonitord en wordt duidelijker op welke manier (een verandering van) land-, bos- en akkerbouw kunnen bijdragen aan klimaatmitigatie.

Roxana Petrescu, eerste auteur van het onderzoek, dat gepubliceerd is in ESSD, licht toe: “Onze analyse laat zien wat er door de Europese landen gerapporteerd is en hoe de schattingen in deze rapporten zich verhouden tot de meer wetenschappelijke schattingen van uitstoot van deze broeikasgassen als gevolg van landgebruik. Die hebben we met elkaar vergeleken, waarbij we ons met name concentreren op de onzekerheden. Vooral in de landgebruikssector zijn deze erg groot.”

Landgebruik
Onder landgebruik vallen met name land-, bos- en akkerbouw. Veeteelt is daar dus ook onderdeel van; andere industrie als raffinaderijen en fabrieken vallen hier niet onder. “Daarvan is de uitstoot is ook wat beter in beeld”, zegt Han Dolman, promotor van het onderzoek. “Het in beeld brengen van landgebruik is onder meer belangrijk omdat dit vaak wordt genoemd bij mitigatiemaatregelen in klimaatakkoorden, bijvoorbeeld in het klimaatakkoord van Parijs en ook in het Nederlandse klimaatakkoord. Dat is ook de reden dat je de uitstoot onafhankelijk en zo goed mogelijk wilt monitoren, om zo vast te kunnen stellen of er inderdaad voldoende gereduceerd wordt om aan de afspraken te voldoen. ”

Verschillende methoden
Alle landen in de wereld rapporteren jaarlijks de uitstoot van broeikasgassen aan het klimaatsecretariaat van de United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC) in Bonn. Dit gebeurt volgens richtlijnen van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), waarbij landen, binnen afgesproken marges, de vrijheid hebben om zelf te kiezen welke methode ze gebruiken en hoe gedetailleerd ze hierover rapporteren. Daardoor is het lastig een nauwkeurige schatting te kunnen maken van de uitstoot van deze broeikasgassen als gevolg van landgebruik.

Emissiefactor
Dolman geeft een voorbeeld: “Stel er is een bepaalde hoeveelheid activiteit in een land die een emissie in methaan veroorzaakt, bijvoorbeeld door vuilstorten of melkveebedrijven. De hoeveelheid activiteit kun je redelijk nauwkeurig bepalen. De simpelste methode om vervolgens tot een schatting van de uitstoot te komen, is deze activiteiten met een emissiefactor te vermenigvuldigen. Die emissiefactor varieert: het kan een standaardwaarde zijn die voor de hele wereld geldt, of bijvoorbeeld een waarde die door een land is vastgesteld voor een bepaalde regio, waarbij standaardwaarden van het IPCC worden gebruikt. Een betere, maar ingewikkelde methode is om het proces nauwkeurig te modeleren met parameters die specifiek voor die locatie gelden, om zo tot een betere en nauwkeurige schatting van de uitstoot te komen.”

Jaarlijks updaten
Petrescu vult aan: “Dit is de eerste keer dat er op een systematische wijze gekeken wordt naar de uitstoot van broeikasgassen door landgebruik, waar we zo veel mogelijk relevante schattingen en analyses bij elkaar hebben gezet. Het is de bedoeling dat we dit jaarlijks updaten, vergelijkbaar met het Global Carbon Project waar VU-aardwetenschapper Guido van der Werf in participeert. In de nabije toekomst gaan we ook vergelijkende analyses uitvoeren met atmosferische methoden. Daarvoor gaan we bijvoorbeeld data gebruiken van de Tropomi-satelliet, die methaan detecteert.” Dat gebeurt onder leiding van VU-aardwetenschapper Sander Houweling.

VERIFY project
Dit onderzoek wordt gefinancierd door het VERIFY project dat gestart is in 2018. Het project brengt inspanningen van onderzoekers en internationale organisaties samen die zich bezig houden met de verificatie van de uitstoot van broeikasgassen, gebaseerd op onafhankelijke waarnemingen. Het project richt zicht op het ontwikkelen van nieuwe onderzoekmethoden voor het monitoren van door de mens veroorzaakte broeikasgasemissies, ter ondersteuning van de doelstellingen van de EU om de broeikasgasemissies in 2030 met 40 procent verminderd te hebben ten opzichte van 1990. Ook moet het de doelstellingen van het Parijse klimaatakkoord ondersteunen, door in 2023 de eerste wetenschappelijke schatting voor de uitstoot van CO2 te leveren. 

De Europese Commissie heeft onlangs een follow-up project goedgekeurd ter voorbereiding op de lancering van een reeks nieuwe satellieten in 2025, op initiatief van het Copernicus (EC/ESA) Sentinel-programma.

Foto: Han Dolman