Branden managen vermindert uitstoot van broeikasgassen

Hoe beïnvloeden bos-, veen- en graslandbranden de klimaatverandering?

vanderwerfJaarlijks branden wereldwijd heel wat hectaren natuurgebied af. Deze branden veroorzaken uitstoot van fijnstof en broeikasgassen. Guido van der Werf, hoogleraar Mondiale koolstofcyclus, onderzoekt hoe klimaatverandering en branden met elkaar samenhangen. Zijn onderzoek kan helpen branden beter te managen, waardoor minder broeikasgassen worden uitgestoten. 


Afrika
Elk jaar staat weer zo’n 500 miljoen hectare natuurgebied in brand, vaak veroorzaakt door boeren of plantagehouders die bos, veen of grasland in brand steken om nieuw land te kunnen ontginnen. ‘De Afrikaanse savannes worden het vaakst in brand gestoken’, vertelt Van der Werf. ‘Daarnaast gaat in soja- en palmolie producerende landen veel tropisch bos in vlammen op. De branden in savannes en tropische bossen nemen nu af, onder andere door strengere regelgeving. Maar door de toenemende droogte branden wel steeds meer veengebieden af in het hoge noorden, zoals in de toendra’s van Canada, Siberië en Alaska. Bij al die branden komen broeikasgassen vrij.’  

Satelliet- en dronebeelden
Met satelliet- en dronebeelden onderzoekt de leerstoelgroep van Van der Werf waar in de wereld hoeveel natuurgebied in brand staat. Ook bestudeert de groep de luchtkwaliteit door aan de drones zakken te hangen die de brandlucht naar binnen zuigen. In die zakken meten de onderzoekers de hoeveelheden fijnstof en broeikasgassen, zoals kooldioxide, methaan en lachgas. De uitkomsten voeden rekenmodellen die het effect van branden op het klimaat in kaart brengen. Daarbij corrigeren de onderzoekers voor de verschillende brandbaarheid van vegetaties: de ene plant brandt veel beter dan dat de andere. 

Global fire data
Om de onderzoeksresultaten te verspreiden, hielp de hoogleraar twintig jaar geleden de internationale databank Globalfiredata.org op te zetten, met gegevens over branden in de hele wereld. Deze inmiddels flink uitgebreide databank wordt nu gebruikt door NGO’s, overheden, het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPPC) en andere onderzoekers. Jaarlijks verschijnen ongeveer 300 tot 400 wetenschappelijke publicaties over klimaatveranderingen die zich mede op deze databank baseren.

Droge seizoen
Van der Werf is ook betrokken bij verschillende internationale programma’s die het beheer van savannegebieden helpen verbeteren: ‘In de savanne kunnen boeren het beste stukken land vroeg in het droge seizoen in brand steken’, vertelt hij. ‘Dat leidt minder snel tot grote branden dan wanneer ze dat later in het seizoen doen. Daarnaast kunnen boeren de uitstoot van broeikasgassen reduceren door niet in één keer een groot gebied plat te branden, maar door kleine lokale brandjes te stichten. Wat ook beter is voor de biodiversiteit.’

Vijf procent
Wetenschappers schatten de totale bijdrage van branden aan klimaatverandering op ongeveer vijf procent. Van der Werf. ‘De vrijkomende broeikasgassen doen de temperatuur stijgen. Maar fijnstof heeft juist een verkoelend effect. Een van de fundamentele onderzoeksvragen is nu de verhouding hiertussen te bepalen. Met een schatting daarvan kunnen we de bijdrage van branden aan klimaatverandering preciezer voorspellen.’